01
DE LEER OVER GOD (GODSLEER)
De identiteit van de Schepper
Wij geloven in één enige God, die de schepper, onderhouder en bestuurder is van alles wat bestaat. Door zijn eeuwige besluiten heeft Hij het universum tot stand gebracht en bestuurt Hij het overeenkomstig zijn soevereine wil. Er bestaat geen enkel wezen dat groter is dan Hij, en geen enkel wezen heeft de macht om zijn soevereiniteit over zijn schepping aan te tasten, te wijzigen of te verminderen.
De Schepper en zijn schepselen
God deelt zijn aanwezigheid en zijn macht mee aan al zijn schepselen, maar in het bijzonder aan het menselijk geslacht, dat Hij naar zijn beeld geschapen heeft, zowel man als vrouw. Er bestaat een fundamentele gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar met verschillen, zodat de roepingen tot mannen en tot vrouwen niet onderling verwisselbaar zijn, maar complementair. Hoewel er in God geen onderscheid van geslacht is, openbaart Hij zich aan ons in mannelijke bewoordingen, en zijn Zoon werd vlees als een man.
De zelfopenbaring van de Schepper aan alle mensen
God is een persoonlijk wezen en openbaart zich in persoonlijke bewoordingen. In de oude tijden sprak Hij tot vele mensen op vele verschillende wijzen. Zijn woorden werden begeleid en zijn beloften werden vervuld door daden die tekenen waren van zijn macht. Door tot de mensen te spreken, openbaarde God zowel zichzelf als zijn voornemens met hen, in de verwachting dat zij zouden beantwoorden door te gehoorzamen aan wat Hij hun geboden had.
De natuurlijke orde getuigt van het bestaan, de macht en de majesteit van haar goddelijke Schepper, zodat niemand enig excuus heeft om niet in Hem te geloven. Algemene openbaring is de gangbare uitdrukking om die middelen te beschrijven waardoor God zich aan alle mensen, zonder uitzondering, openbaart in de natuur, de geschiedenis en het geweten. De algemene openbaring is voldoende om ons bewust te maken van het bestaan en de macht van God en zelfs van onze verantwoordelijkheden jegens Hem, maar zij is niet voldoende om ons tot de zaligheid te brengen. De bijzondere openbaring is vereist omdat wij als gevallen schepselen geestelijk blind en dood zijn. Wij verkrijgen de ware kennis van God wanneer wij door God in staat gesteld worden de waarheid van zijn zelfopenbaring te zien en te verstaan.
De aard van de menselijke kennis
Doordat de mens naar het beeld van de persoonlijke God geschapen is, zijn zowel God als de mensen persoonlijke wezens. Zij denken en communiceren met elkaar op wijzen die in menselijke taal uitgedrukt kunnen worden. De menselijke kennis is wezenlijk persoonlijk en strekt zich uit van een vermogen om feitelijke gegevens te verwerven en te catalogiseren tot het vermogen ze te analyseren teneinde te komen tot een dieper begrip van hun betekenis en doel. De menselijke kennis is objectief beperkt door de eindigheid van het schepsel en subjectief door de verwerping van God, die geleid heeft tot een staat van radicale zondigheid.
De zelfopenbaring van de Schepper aan zijn verbondsvolk
God wordt voller en vollediger gekend door zijn verbondsvolk, met wie Hij een bijzondere verhouding gevestigd heeft. God openbaart zich aan hen door zijn Geest, door middel van zijn Woord, dat gesproken is (prediking), geschreven (de Heilige Schrift) en levend (in Jezus Christus). God sprak op bijzondere wijze tot Abraham, aan wie Hij de belofte deed dat hij de vader van een groot volk zou worden. Door middel van de afstammelingen van Jakob werd Israël een bijzonder volk, welks historische bestemming het was het Woord van God te ontvangen en aan de wereld door te geven en de komst van een goddelijke Verlosser voor te bereiden. De Kerk heeft derhalve de verplichting de boodschap van Jezus als de Messias, Verlosser en Heere te delen met het Joodse volk en met elk ander volk en elke andere natie.
De Verbonden van God
Werkverbond: door God met Adam gevestigd in Eden. De voorwaarden waren eenvoudig: gehoorzamen is leven, ongehoorzaam zijn is sterven. Adam is ongehoorzaam, sterft in zonde en derft de heerlijkheid van God.
Genadeverbond: gevestigd kort na de val, toen God het lam doodt en de mens bekleedt. Van toen af aan wordt niemand meer behouden door zijn werken, want het werkverbond was verbroken. Dit zaligmakende verbond ontwikkelt en openbaart zich voortschrijdend in de loop der tijden: Eden (de uit de vrouw geborene zal de kop van de slang vermorzelen), Noach (er zal geen nieuwe verwoesting door het water meer zijn), Abraham (de beloofde nakomeling zou uit Abraham komen), Israël (de Messias afgebeeld in de offers), David (de Messias zou uit het geslacht van David komen).
De Eenheid van het Volk van God
God heeft altijd een uitverkoren volk gehad. In het Oude Testament bevond dit uitverkoren volk zich in zijn overgrote meerderheid in Israël. In het Nieuwe Testament bevindt het zich in zijn overgrote meerderheid onder de heidense volken die over de wereld verspreid zijn, en ook in Israël. Er is geen etnisch onderscheid: 'Daarin is noch Jood noch Griek... want gij allen zijt één in Christus Jezus' (Gal. 3:28).
De Vader, de Zoon en de Heilige Geest — de Drie-eenheid
In Jezus Christus openbaart God zich als een Drie-eenheid van personen, hetgeen het christendom uniek maakt onder de monotheïstische godsdiensten van de wereld. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn volkomen en in gelijke mate God in zichzelf. Zij delen in een gemeenschappelijke goddelijke natuur, en het is ongepast te beweren dat men een van de personen kent zonder alle drie te kennen. Het is uit liefde tot de Zoon dat de Vader Hem alle macht in hemel en op aarde gegeven heeft. Het is uit liefde tot de Vader dat de Zoon zich vrijwillig als offer voor ons gegeven heeft. Het is uit liefde tot zowel de Vader als de Zoon dat de Heilige Geest in de wereld komt, niet in de eerste plaats om over zichzelf te spreken, maar om van Hen te getuigen en ons te brengen tot hun gemeenschappelijke leven.
In het Oude Testament spreekt God in de persoon van de Vader
In het Oude Testament spreekt God als één enige persoon, die het Nieuwe Testament vereenzelvigt met de Vader van Jezus Christus. De Vader is Degene wiens wil Jezus (als Zoon) kwam vervullen en gehoorzamen; Hij is ook de persoon van de Godheid die blijvend onzichtbaar en transcendent blijft. De Zoon en de Heilige Geest zijn eeuwig aanwezig in God en nemen ten volle deel aan al zijn daden, in het bijzonder aan het grote werk van de schepping, waarbij er vele verwijzingen zijn naar de persoon en het werk van de beloofde Messias, alsook naar het werk van de Geest van God onder het volk van Israël.
God heeft zich op volle en finale wijze geopenbaard in Jezus Christus
God heeft op volle en finale wijze gesproken in Jezus Christus, die het verbond vervuld heeft dat met alle uitverkorenen van God gemaakt was. Hij is zowel de profeet als het Woord, zowel de priester als het offer, zowel de koning als het koninkrijk. Geen aanvullende openbaring van God is nodig omdat Jezus zelf God in menselijk vlees is. In Jezus Christus heeft God zich geopenbaard als de Zoon, die de eerste persoon als zijn Vader vereenzelvigde en beloofde dat Hij na zijn heengaan de derde persoon zou zenden, de 'andere Trooster', die de Schrift de Heilige Geest noemt.
God openbaart zich in taal die wij kunnen verstaan
Aangezien God zich verwaardigd heeft menselijke taal te gebruiken en de persoon van de Zoon mens geworden is, is het mogelijk om over Hem in menselijke bewoordingen te spreken. Het Nieuwe Testament geeft ons geen enkele aanmoediging om afbeeldingen of beelden van Jezus te maken als hulpmiddelen bij de aanbidding. Geen enkele afbeelding of dramatisch portret van Jezus bezit enig gezag in zichzelf, en zulke zaken mogen nooit voorwerpen van verering of aanbidding worden, hoewel zij op andere wijzen nuttig kunnen zijn.
02
HET KWAAD EN DE ZONDE
De oorsprong van het kwaad
God maakte het gehele universum zeer goed. En zelfs met de aanwezigheid van het kwaad in dat universum wordt zijn heiligheid niet aangetast door het bestaan ervan. Het kwaad ontstond met de opstand van Satan en van sommige engelen — de hoogmoed lag aan de wortel van hun val. De gevallen engelen worden demonen genoemd en worden door Satan aangevoerd. Zij verzetten zich tegen het werk van God en pogen de goddelijke voornemens te dwarsbomen. Niettemin blijft God soeverein over de machten van het kwaad. Indien het kwaad nog werkzaam is, is dit bij Gods toelating, en Hij heeft het einde van Satan en de demonen reeds vastgesteld.
Het kwaad en de mensheid
Het kwaad heeft zich in het menselijk leven binnengedrongen door de zonde van de eerste mensen in de Hof van Eden. Adam is de stamvader van het gehele menselijk geslacht en daarom ondergaat ieder mens de gevolgen van zijn zonde, die de wanordelijke wereld en de lichamelijke dood omvatten. Door datgene wat goed is te gebruiken om verkeerde redenen, ontstonden de chaos, de spanning en het lijden te midden van de menselijke samenleving.
De uitwerking van de zonde op het menselijk leven
De mensen verenigen hun krachten met bovennatuurlijke agenten die zulke verschrikkelijke kwaden hebben voortgebracht als de genocide, het machtsmisbruik, de wereldoorlogen, allerlei soorten terrorisme, psychopathische moord, mensenhandel, drugsmisbruik en geweld van allerlei aard. Deze hemeltergende vormen van het kwaad worden door demonische machten verspreid en georkestreerd. Het kwaad beoogt niet alleen de vernietiging van de schepping en van het beeld van God in de afstammelingen van Adam en Eva, maar ook de onderdrukking van de kerk en van de waarheid van God. Hoewel de demonen zich niet vermenigvuldigen en evenmin door mensen vernietigd kunnen worden, zijn wij geroepen weerstand te bieden aan het kwaad, het onrecht en het geweld, terwijl wij de wederkomst van Jezus Christus verwachten en daarom bidden.
De universaliteit van de zonde en haar gevolgen
In Adam zijn allen gestorven en de dood verbreidde zich tot allen omdat allen gezondigd hebben. Het gehele menselijk geslacht is verstrikt in de val en haar gevolgen: zonde, vervreemding, geweld, oorlog, ziekten, lijden en dood. Geestelijk gesproken zijn alle mensen dood in misdaden en zonden omdat zij in opstand zijn tegen God en afgescheiden zijn van zijn zegeningen. Indien Christus de mens niet levend maakt, kan hij niet geloven, geen geloof bezitten noch beantwoorden aan de roeping van God, want hij is dood in zonde. Tenzij God genadiglijk ingrijpt, zal de geestelijke dood overgaan in de eeuwige dood.
03
DE PERSOON EN HET WERK VAN CHRISTUS
De heerlijkheid van Christus
In het middelpunt van het christendom staat de persoon van Jezus Christus. Zijn heerlijkheid en majesteit zijn van zulk een orde dat Hem te aanbidden en te verheerlijken de plicht en het verlangen van iedere gelovige is.
De vleesgeworden Zoon van God heeft één goddelijke persoon en twee naturen
De goddelijke persoon van de Zoon van God, de tweede persoon van de Drie-eenheid, nam de volledige menselijke natuur aan in de schoot van de maagd Maria en werd geboren als de mens Jezus van Nazaret. Hij heeft nu twee naturen, een goddelijke en een menselijke, die in zichzelf ongeschonden en onderscheiden blijven, maar tegelijkertijd in zijn goddelijke persoon en door middel daarvan verenigd zijn. Aangezien zijn goddelijke natuur niet kon lijden noch sterven, verwierf de Zoon de menselijke natuur om de prijs van de menselijke zonde te kunnen betalen en ons met God te verzoenen.
De vleesgeworden Zoon van God is een waarachtig menselijk wezen
Als de vleesgeworden Jezus van Nazaret werd de Zoon van God een waarachtig menselijk wezen. Hij bezat een menselijk verstand en een menselijke wil en een normale psychologische constitutie, terwijl Hij tegelijkertijd zijn goddelijke natuur behield. Hij werd op dezelfde wijze verzocht als ieder ander menselijk wezen, maar verviel niet tot zonde.
De vleesgeworden Zoon was volkomen in staat ons met zijn Vader te verzoenen
De mens Jezus Christus kon onze plaats aan het kruis innemen en de prijs van onze zonde betalen, niet vanwege enige natuurlijke superioriteit, maar omdat Hij volmaakt gehoorzaam was aan zijn Vader en derhalve geheel zonder zonde. Door voor ons tot zonde gemaakt te worden, kon Hij onze schuld jegens God tenietdoen. Het verlossende werk van Christus heeft de zaligheid verzekerd van allen die in Hem uitverkoren werden vóór de grondlegging der wereld.
De aard van de opstanding en de hemelvaart van het lichaam van Christus
Na twee dagen in het graf stond Jezus van Nazaret op uit de doden met een menselijke natuur die getransformeerd was, maar nog herkenbaar. Zijn opgestane lichaam was in staat de natuurlijke wetten van de fysica te overstijgen, maar behield nog zijn fysieke eigenschappen. Bij zijn hemelvaart werd dit lichaam nog verder getransformeerd tot de hemelse staat die het nu nog bezit en werd het verheven tot God.
Cruciaal punt: De mensen zullen niet opgewekt worden zoals Jezus was op de eerste Paasmorgen, maar zoals Hij nu is, in zijn staat van verhoging — een verheerlijkt, onsterfelijk en volmaakt lichaam.
04
DE PERSOON EN HET WERK VAN DE HEILIGE GEEST
De Heilige Geest als een persoon van de Drie-eenheid
De Heilige Geest is betrokken bij het werk van de schepping en van de verlossing, tezamen met de Vader en de Zoon. Op bijzondere wijze werd de vleesgeworden Zoon van God ontvangen door de Heilige Geest, gezalfd met de Heilige Geest en met macht bekleed door de Heilige Geest om zijn openbare bediening op aarde te vervullen.
Het werk van de Heilige Geest in de verlossing
De Heilige Geest past het verlossingswerk van de Zoon toe op de individuele gelovigen en verenigt hen met Christus, hun Hoofd, en met elkaar. Hij is de bewerker van de aanneming van de gelovigen in het gezin van God en schenkt hun de innige zekerheid dat zij door de soevereine macht van God uitverkoren zijn. Hij helpt, onderwijst, leidt en geleidt de gelovigen in overeenstemming met de geopenbaarde wil en het karakter van God. Hij heiligt de gelovigen door in hen zijn vruchten voort te brengen en treedt voortdurend voor hen tussenbeide in gebed tot de Vader.
De zending van de Heilige Geest op Pinksteren
De komst van de Heilige Geest op Pinksteren was het begin van een nieuw werk van God in het leven van de gelovigen, dat leidde tot de stichting van de christelijke kerk. De buitengewone openbaringsgaven die in die tijd verleend werden, waren unieke tekenen van het begin van een messiaanse era en kunnen niet automatisch opgeëist of geëist worden als doorslaggevend bewijs van de macht van God in werking heden ten dage. De voortzetting en de verschillende gaven van de Heilige Geest dienen met ootmoed gezocht te worden, in overeenstemming met zijn wil en om God te verheerlijken in de dienst voor het algemeen welzijn van de kerk.
De Heilige Geest en de geestelijke opwekking
De macht van de Heilige Geest blijft zich op bijzondere wijzen manifesteren in tijden van geestelijke opwekking, die periodiek voorkomen in het leven van de kerk. Deze perioden van geestelijk ontwaken en geestelijke vernieuwing bevorderen de uitbreiding van het koninkrijk van God door de mensen zich meer bewust te maken van hun zondigheid, en hen ertoe te brengen zich op een nieuwe en diepere wijze tot God te keren. De geestelijke opwekking is bijzonder doeltreffend om het volk van God tot Hem terug te brengen, door middel van de hervorming van de kerk, die voortdurend gevaar loopt af te dwalen. Niettemin is het werk van de Heilige Geest altijd aanwezig in de kerk, en de gelovigen behoren vurig te bidden om zijn vruchten en zijn gaven in alle tijden.
De Heilige Geest en de geestelijke strijd
De Heilige Geest bestrijdt actief Satan en zijn demonen en beschermt de gelovigen tegen hun aanvallen. De Heilige Geest verlost mannen en vrouwen van demonische onderdrukking en bezetenheid en rust hen toe met de geestelijke wapenen die zij nodig hebben om weerstand te bieden aan de macht van het kwaad. De Bijbel verbiedt de gelovigen zich in te laten met de machten der duisternis en hun werken.
05
HET DOOR GOD VOLBRACHTE WERK VAN DE VERLOSSING
De zaligmakende genade van God
God is genadig en barmhartig. Hij behandelt ons niet zoals wij wegens onze zonde verdienen, maar biedt ons de zaligheid aan als een vrije gave. De zaligheid is geheel en al uit de genade van God en hangt niet af van enige menselijke verdienste of inspanning. Het is een geschenk dat wij ontvangen door het geloof in Jezus Christus.
De algemene genade van God
God betoont algemene genade aan de gehele mensheid, alsook bijzondere genade, waardoor de mensen tot de zaligheid komen. Door deze algemene genade wordt de zonde beteugeld, ontvangen zondige mensen zegeningen van God en worden zij in staat gesteld goede dingen te verrichten. Deze algemene genade verschaft het fundament voor de menselijke samenleving en maakt de arbeid in de kunsten en de wetenschappen mogelijk. Het is de Heilige Geest die dit werk mogelijk maakt, zodat de culturele vooruitgang en de menselijke beschaving goede gaven van God zijn, mogelijk gemaakt ondanks de val van de mensheid in de zonde.
De soevereine verkiezing van God
Vóór de grondlegging der wereld heeft God in Christus een volk voor zichzelf uitverkoren. Deze verkiezing was niet gebaseerd op enige voorkennis van verdienste of toekomstig geloof, maar uitsluitend op de soevereine wil van God. De uitverkorenen worden geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt door God, enkel en alleen omdat Hij hen het eerst heeft liefgehad.
De plaatsvervangende verzoening van Christus
Door aan het kruis te sterven, droeg Jezus Christus de toorn van God en betaalde Hij de prijs voor de zonden van allen die in Hem zouden geloven. Zijn dood was plaatsvervangend: Hij nam de plaats van de zondaars in en ontving de straf die hun toekwam. Het werk van Christus aan het kruis is voldoende om allen te behouden voor wie Hij gestorven is.
De wedergeboorte door de Heilige Geest
De Heilige Geest volbrengt het werk van de wedergeboorte in het hart van de uitverkorenen. Dit werk is bovennatuurlijk en transformerend, en schenkt nieuw geestelijk leven aan hen die dood waren in hun misdaden en zonden. Zonder dit werk van de Geest kan niemand het koninkrijk van God zien of binnengaan.
Het geloof als instrument van de zaligheid
Het geloof is het middel waardoor de zondaars de gave van de zaligheid ontvangen. Het is geen verdienstelijk werk, maar een volkomen vertrouwen op Jezus Christus als Verlosser en Heere. Het geloof wordt in het hart van de gelovige voortgebracht door de Heilige Geest, die de prediking van het Woord gebruikt om deze respons van vertrouwen op Christus te verwekken.
De rechtvaardiging door het geloof
De rechtvaardiging is een gerechtelijke daad van God waardoor Hij de zondaar die in Jezus Christus gelooft, rechtvaardig verklaart. Dit geschiedt niet vanwege enige eigen gerechtigheid van de zondaar, maar uitsluitend door de toerekening van de volmaakte gerechtigheid van Christus. De zondaar wordt gerechtvaardigd alleen door het geloof, zonder de werken der wet. Er is geen tegenstrijdigheid tussen het onderwijs van Paulus en dat van Jakobus aangaande de rechtvaardiging: Paulus doelt op de rechtvaardiging als vergeving en aanvaarding voor het aangezicht van God; Jakobus benadrukt dat, indien deze rechtvaardiging werkelijk is, zij zich zal manifesteren in een leven van gehoorzaamheid.
De aanneming tot kinderen van God
Wanneer zij gerechtvaardigd worden, worden de gelovigen door God als zijn kinderen aangenomen. De positie van de Heere Jezus Christus als eeuwige, ongeschapen Zoon van God is van unieke aard. Niettemin schaamt Hij zich niet om hen die Hij verlost heeft broeders en zusters te noemen. Deze aangenomen kinderen van God zijn erfgenamen van de erfenis die Christus voor hen verzekerd heeft — de volle maat van de zegeningen van de verlossing.
Als kinderen van God delen de gelovigen in al de zegeningen die God voor zijn gezin verschaft heeft, en door het inwendige getuigenis van de Heilige Geest erkennen zij God als Vader en richten zich tot Hem als zodanig. De kinderen van God hebben ook het voorrecht te delen in de lijdingen van Christus en in zijn daaropvolgende verheerlijking, en zij ontvangen de vaderlijke kastijding van God — een bevestiging van de aanneming, geen bestraffing: 'God behandelt u als kinderen; want welk kind is er dat door de vader niet gekastijd wordt?' (Hebr. 12:7). De volle zegeningen van de aanneming zullen pas genoten worden bij de heerlijke wederkomst van Christus.
De voortschrijdende heiliging
De gelovigen worden na de bekering voortdurend veranderd naar het beeld van Christus door middel van het werk van de Heilige Geest. Deze heiliging is voortschrijdend en behelst de medewerking van de gelovige met God, hoewel zij geheel en al afhangt van de goddelijke genade. Gedurende het huidige leven is geen enkele gelovige geheel en al vrij van de zonde. De tucht van God over zijn geliefde kinderen dient eveneens om hen te heiligen. Het werk van de heiliging zal voltooid worden door de macht en de genade van God.
De volharding der heiligen
Zij die waarlijk door God behouden zijn, zullen tot het einde toe in het geloof volharden. Hoewel zij verzoekingen en beproevingen ondergaan, bewaart God hen door zijn genade en macht, en waarborgt Hij dat zij de hemelse heerlijkheid bereiken. Geen van de uitverkorenen zal verloren gaan.
De finale verheerlijking
In de voleinding van alle dingen zullen de gelovigen volkomen verheerlijkt worden, vrij van alle zonde en lijden. Hun lichamen zullen opstaan tot het eeuwige leven, en zij zullen voor altijd leven in de tegenwoordigheid van God. Deze verheerlijking is de bekroning van het verlossende werk van God, dat begon met de verkiezing en volbracht werd in de dood en opstanding van Christus. De geest wordt in de dood volkomen geheiligd en voegt zich 'bij de geesten der volmaakte rechtvaardigen'. Bij de opstanding zal het lichaam van de gelovige in deze volmaaktheid delen en gelijkvormig gemaakt worden aan het heerlijke lichaam van Christus.
06
HET CHRISTELIJK LEVEN
Authentieke spiritualiteit
De christelijke spiritualiteit is een proces dat een geheel leven duurt van diepe eerbied en liefde tot God en zich vertaalt in de juiste verhouding tot de naaste. Christelijke spiritualiteit is praktische godsvrucht, die leidt tot de transformatie naar de gelijkenis van Christus. Zij is niet gericht op de eigen persoon, noch op het najagen van een onpersoonlijke kracht, noch op het bereiken van veranderde bewustzijnstoestanden. Zij is de groei in de verbondsvereniging met de Drie-enige God en in de steeds toenemende gemeenschap met het volk van God in de wereld.
Bijgevolg, iemand die zegt geestelijk of door God uitverkoren te zijn en geen vruchten en daden heeft die dit wederbarende en zaligmakende werk van Christus bewijzen, liegt en is in werkelijkheid geen licht der wereld en zout der aarde — hij is hoogstens verlicht, maar geen licht.
De middelen van de godsvrucht
De Heilige Geest brengt godsvrucht in ons voort door de toepassing van het Woord van God op ons hart en verstand, door ons gehoorzaamheid te leren, door ons te verenigen in de gemeenschappelijke samenleving van alle gelovigen, in de ware aanbidding van God, in ons getuigenis aan de wereld, in beproevingen en lijdingen, en in de confrontatie met het kwaad.
De vruchten van de godsvrucht
De vruchten van de godsvrucht omvatten een veranderd verstand, hart, woorden en daden, toewijding en een leven dat voortdurend voortschrijdt naar de gelijkenis van het beeld van Christus. De godsvrucht brengt gedurende het leven een groei voort in zelfverloochening, een dagelijks 'opnemen van ons kruis' en het navolgen van Christus door de beoefening van de liefde, de vergeving, de zachtmoedigheid, het mededogen en de goedheid jegens allen, in het bijzonder jegens hen die tot het christelijke gezin behoren. Zij behelst de voortdurende overgave van onszelf in volkomen toewijding aan God, waarbij wij onuitsprekelijke vreugde ervaren, kinderlijke vreze, zelfverloochenende eerbied, vurige liefde, mededogen en vrijmoedigheid met zelfbeheersing, in evenwicht met ootmoed, respect, vreze, tevredenheid, een kinderlijk vertrouwen, gehoorzaamheid, onvergankelijke hoop en de vrede van God te midden van beproevingen, kwelling en pijn.
Geestelijke ervaringen
Een op God gericht geestelijk leven ontvangt de geestelijke ervaringen als een gave van de Heilige Geest. In de mate waarin wij ernaar streven de Drie-enige God te naderen, worden wij eraan herinnerd dat wij altijd in zijn tegenwoordigheid leven, waar ook ter wereld. Aldus worden wij aangespoord om onze roeping te vervullen om instrumenten van zijn transformerende genade te zijn, op iedere plaats waar zijn voorzienigheid ons gesteld heeft. Het verlustigen in onze verbondsvereniging met God in dit leven is slechts de voorsmaak van de heerlijkheid van de gemeenschap met God in de era die komen zal.
07
DE HEILIGE SCHRIFT
De Schrift is door God ingegeven
De Schrift is het Woord van God en is volstrekt betrouwbaar. Op de wijze waarop zij oorspronkelijk gegeven werd, bevat zij geen enkele dwaling in alles wat zij beweert — een leerstelling die de Bijbelse onfeilbaarheid genoemd wordt. God heeft toezicht gehouden op het schrijven ervan, zodat zij precies is wat Hij bedoelde dat zij zou zijn. Door ervoor te kiezen menselijke wezens te gebruiken, heeft God hun menselijkheid niet uitgeschakeld noch hun de Schrift gedicteerd. Zij brengt de persoonlijke geschiedenis en de literaire stijl van iedere auteur tot uitdrukking, alsook de kenmerken van het tijdperk waarin zij geschreven werd, terwijl zij tegelijkertijd in alle opzichten het Woord van God zelf blijft.
De Schrift wordt erkend door het werk van de Geest
De Schrift dient zich aan ons aan met vele voortreffelijke en lovenswaardige eigenschappen, maar uiteindelijk komen onze volle overtuiging en zekerheid van haar onfeilbare waarheid voort uit de Heilige Geest, die door het Woord en met het Woord getuigt in ons hart. Het gezag van de Schrift hangt niet af van de kerk noch van enige andere bron, maar enkel van God zelf.
De Schrift wordt verstaan door de werking van God
De Heilige Geest en de Schrift bezitten een fundamentele klaarheid, maar alleen de christelijke gelovige kan haar geestelijke zin en betekenis ontvangen en verstaan, doordat hij toegang heeft tot het denken van Christus. De geestelijke blindheid waarin de mensen vervallen zijn, heeft hun onmogelijk gemaakt de dingen van God te verstaan zonder het werk van de Heilige Geest.
De Schrift wordt toegepast door de Heilige Geest
God brengt mannen en vrouwen tot zich door de prediking van zijn Woord. De Heilige Geest gebruikt de prediking, het onderwijs en de studie van de Schrift om ons wijs te maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Hetzij gepredikt, hetzij gelezen, de Schrift is nuttig tot lering, tot weerlegging, tot verbetering en tot onderwijzing in de gerechtigheid.
De klaarheid van de Schrift
De noodzaak van de geleerde studie van de Bijbel in haar oorspronkelijke talen ondermijnt noch de klaarheid van het goddelijk gezag, noch de betrouwbaarheid van de Schrift. De voor de zaligheid noodzakelijke waarheden worden met zulk een klaarheid uitgedrukt dat de lezers, zowel de geletterden als de ongeletterden, haar kunnen en behoren te verstaan. De boodschap van de Schrift dient tentoongesteld te worden in het licht van de filosofieën en opvattingen die haar vooronderstellingen uitdagen en zich daartegen verzetten.
De vooronderstellingen die de uitlegging van de Schrift beheersen
De Heilige Schrift is het Woord van God en kan derhalve zichzelf niet tegenspreken. Onze lezing, uitlegging, ons begrip en onze toepassing ervan worden in verschillende graden en op verschillende niveaus beïnvloed door onze voorafgaande overtuigingen of vooronderstellingen aangaande God en de Bijbel. Teneinde haar juist te verstaan, is het noodzakelijk ons bewust te zijn van onze vooronderstellingen en deze te toetsen in het licht van de Bijbelse tekst, opdat wij ze kunnen hervormen en in nauwere overeenstemming brengen met de zin van de tekst zelf. Aangezien de Schrift aanspraak maakt op goddelijke oorsprong en inspiratie, kunnen alleen de uitleggingsmethoden die deze aanspraak ernstig nemen, tot haar ware zin doordringen.
De gepaste methoden van uitlegging
De Bijbel is het Woord van God en dient gelezen te worden in ootmoedige onderwerping en in gebed om de verlichting van de Heilige Geest. Aangezien zij geschreven werd in menselijke talen binnen culturele, sociale en temporele contexten, dient haar betekenis gezocht te worden door het gebruik van algemene regels van uitlegging en door de hulp van de verwante vakgebieden, zoals de archeologie, de geschiedenis, de tekstkritiek en de studie van de oorspronkelijke talen. Al deze methoden dienen rekening te houden met haar goddelijke oorsprong, onfeilbaarheid en menselijk karakter.
De Bijbelse tekst kan vele praktische toepassingen en verschillende betekenissen hebben, maar zijn primaire betekenis wordt gewoonlijk vastgesteld door het oordeelkundige gebruik van historische, grammaticale en heilshistorische beginselen. Allegorische, geestelijke en figuurlijke uitleggingen bezitten geen gezag, tenzij zij specifiek door de tekst zelf goedgekeurd worden.
De universaliteit van de waarheid en haar toepassingen
De waarheid van God, in de Schrift geopenbaard, is universeel, eeuwig en relevant voor alle culturen, tijdperken en volken. Niettemin kunnen er verscheidene en verschillende toepassingen van deze waarheid zijn. Bij het contextualiseren van het Woord van God dient de kerk onderscheid te maken tussen de Bijbelse beginselen — eeuwige en universele manifestaties van de waarheid van God — en de praktische implicaties van deze beginselen, die in verschillende contexten kunnen variëren.
De normatieve maatstaf na de Bijbelse periode
Aangezien de canon van het Nieuwe Testament voltooid is, is de normatieve maatstaf geweest dat God met ons spreekt in en door de Heilige Schrift met de verlichting van de Heilige Geest. Geen enkele leraar of christelijke kerk heeft het recht aan te dringen op overtuigingen die niet in de Schrift vervat zijn, noch mogen zij enige daarvan uitleggen op een wijze die in tegenspraak is met datgene wat God van zichzelf elders in de Schrift geopenbaard heeft.
08
DE KERK
Haar aard
De kerk is zowel de onzichtbare gemeenschap van alle christenen (alleen door God gekend) als de zichtbare kerk op aarde met haar vele gemeenten. De kerk is het geestelijke en bovennatuurlijke Lichaam van Christus, het Hoofd van de kerk. Iedere christen is met Christus verenigd en met alle andere christenen verbonden door middel van God, en vormt aldus de kerk. In het leven van de ene heilige, apostolische kerk staan de aanbidding van God, de gemeenschap met God en met de heiligen, de Heilige Schrift, de leerstellingen en de zending centraal.
De bedieningen van de Kerk
De Schrift verwijst naar enkele bedieningsgaven die God in verschillende tijdperken aan de kerk verleend heeft: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Heden ten dage behoren er in iedere plaatselijke Aviva Church de volgende bedieningsambten te zijn: Werkers(sters), Diakenen(essen), Zendelingen en Herders.
Werkers: bereidwillig beschikbaar voor de dienst die nodig is om voor het huis des Heeren te zorgen — dit ambt is verbonden aan de dienst en het praktische werk van de kerk.
Diakenen: zorgen voor de armen en behoeftigen en voorzien in de praktische en structurele behoeften van de kerk.
Zendelingen: verbonden aan de bediening en het onderwijs van het Woord, en staan de herders van nabij bij. Zij zijn gelijk aan de evangelisten (waarbij deze benaming behouden wordt om het vrouwelijke gebruik van de term te vergemakkelijken).
Herders: door God geroepen om de kudde des Heeren te leiden, nimmer nalatend te overdenken in het Woord en altijd in gebed — dit is een geestelijk ambt dat geestelijke hoedanigheden vereist.
De aanbidding van God
De primaire verantwoordelijkheid van de kerk is de aanbidding van God. De aard en de inhoud van deze aanbidding worden door God zelf bepaald, zoals geopenbaard in de Schrift. De aanbidding dient de lofzang tot God, de lezing en de prediking van de Schrift en het gebed te omvatten.
In onze samenkomsten beginnen wij gewoonlijk met twee lofliederen van jubel, gevolgd door de lezing van een aanvangswoord en een korte uiteenzetting (5 min), eindigend met gebed. Vervolgens twee lofliederen van aanbidding, het voorstellen van bezoekers, de offerande en het teruggeven van de tienden (zonder emotionele oproep); de kinderen jonger dan 10 jaar worden uitgenodigd naar de Kids; daarna komt de bediening van het Woord (40-60 min) — de boodschap dient Schriftuurlijk te zijn, met een doel en door God geopenbaard (waarbij lege zelfhulpboodschappen vermeden worden); aan het einde, een oproep voor niet-gelovigen en christenen die meer intimiteit zoeken. De aankondigingen van de week sluiten de Aviva-Ervaring af.
De autonomie en eenheid van de gemeente
Iedere gemeente van gelovigen bezit een zekere mate van autonomie onder het bestuur van de herders, maar er is ook een bredere eenheid met alle andere gemeenten. Deze verbinding is op verschillende wijzen, in verschillende tijdperken en in verschillende delen van de kerk tot uitdrukking gebracht. De zichtbare eenheid van het lichaam van Christus dient gecultiveerd en bewaard te worden, zonder fundamentele theologische beginselen prijs te geven.
09
DE TRADITIE
Het bestaan en de geldigheid van de apostolische tradities
Iedere christelijke kerk leeft overeenkomstig de geloofsregel die uit het apostolische tijdperk geërfd is. De Heilige Schrift is de enige authentieke en normatieve vorm van deze regel, waaraan alle overige overtuigingen en praktijken afgemeten dienen te worden. Het lijdt geen twijfel dat de apostolische kerken gebruiken hadden die niet in de Schrift opgetekend zijn; deze tradities zijn evenwel niet bindend voor de latere geslachten van christenen.
Het gezag van de geloofsbelijdenissen en de confessies
In de loop van haar geschiedenis heeft de kerk geloofsbelijdenissen en confessies aangenomen met het doel het onderwijs van de Schrift te verhelderen. Deze documenten genieten het gezag dat bezeten wordt door hen die ze aangenomen hebben, en dienen door de latere geslachten geëerbiedigd te worden. Niettemin zijn zij niet onfeilbaar, en waar het mogelijk is aan te tonen dat zij in strijd zijn met het onderwijs van de Schrift, heeft de kerk de vrijheid ze te wijzigen.
Deze Belijdenis bezit op zichzelf geen leerstellige waarde die gelijkgesteld kan worden met de Heilige Bijbel, die onfeilbaar en het Woord van God is. De functie van deze Belijdenis is het verhelderen van theologische thema's en het bijstaan in het begrijpen van punten uit de Schrift.
De reactie van de hervormers op de geërfde tradities
De hervormers van de 16e eeuw ondernamen een volledige evaluatie van de tradities van de kerk en lieten die overtuigingen en praktijken varen die duidelijk in strijd waren met het geestelijke onderwijs. Een voorbeeld is de viering van Kerstmis op 25 december, die geen specifiek Bijbels fundament heeft, maar getuigt van de leer van het Nieuwe Testament aangaande de menswording van Christus. Tradities van dit type kunnen behouden, gewijzigd of terzijde gelegd worden ter beoordeling van de plaatselijke kerk, mits zij geen enkele Bijbelse leer in gevaar brengen.
Modellen van eredienst en tradities in verschillende culturen
Iedere kerk heeft patronen van eredienst en bestuur ontwikkeld die in de loop der tijd tot plaatselijke tradities geworden zijn. Voor zover deze praktijken niet in strijd zijn met het onderwijs van de Schrift en de taak waarvoor zij bedacht werden blijven vervullen, is er geen reden om ze niet te behouden. De kerken die ontstaan zijn uit buitenlandse zendingsactiviteit hebben de verantwoordelijkheid het Bijbelse fundament van de overgeplante gebruiken te onderzoeken, en dienen aangespoord te worden ze te wijzigen, indien deze verandering het getuigenis van het evangelie doeltreffender kan maken.
Het gepaste behoud van bepaalde tradities
Sommige tradities zijn zo diep ingeworteld en universeel geworden in de christelijke wereld dat het wijzigen ervan tot onnodige verdeeldheid binnen de kerk zou kunnen leiden. Een voorbeeld is het gebruik om God op de zondag te aanbidden, dat, hoewel duidelijk beoefend in de vroege kerk, niet specifiek als leer in het Nieuwe Testament geboden wordt. Geen enkele kerk dient de eredienst op zondagen prijs te geven enkel omdat zij niet specifiek door de Schrift vereist wordt. De zichtbare eenheid van de christelijke wereld dient bewaard te worden, indien daarmee geen enkel theologisch beginsel in gevaar gebracht wordt.
10
ZENDING EN EVANGELISATIE
Onze roeping om getuigen van God te zijn
Onze zending in de wereld vloeit voort uit onze passie voor de heerlijkheid van God, uit het verlangen naar een werkelijke opwekking die levens en verschillende geslachten kan raken, en uit onze zekerheid van de komst van zijn koninkrijk bij elk gebed en elke ontmoeting. De kerk, als gemeenschap van Christus, is het instrument van God voor de evangelisatie, die de prediking en het delen van het evangelie van Jezus Christus is, door middel van woorden en daden, volgens hetwelk Christus voor onze zonden gestorven is en uit de doden opgewekt is overeenkomstig de Schriften.
In gehoorzaamheid aan de opdracht van onze God, dienen wij twee handen te reiken aan alle mensen: (1) de hand die hen roept tot bekering, geloof en eeuwige verzoening met God door middel van Christus (de prediking van het Woord), en (2) de hand die daden van barmhartigheid en mededogen betoont (de afdeling sociale actie die in iedere plaatselijke Aviva Church aanwezig is).
Het voornaamste middel van evangelisatie van de Aviva-kerken
Het voornaamste middel van evangelisatie zijn de Aviva-Cellen — wekelijkse samenkomsten in de huizen met lofprijzing, bediening van het Woord en een moment van gemeenschap (60-90 min). Een andere strategie is het Opgewekte Huis (Lar Avivado) — een snellere cel (40-50 min) met een duur van 6 weken, gebruikt voor niet-christelijke gezinnen die aanvankelijk geen vaste cel zouden aanvaarden. In de zevende week wordt het gezin uitgenodigd naar de kerk om het Certificaat van het Opgewekte Huis te ontvangen.
De verbreding van de roeping tot zending
Onze verkondiging van het evangelie heeft sociale gevolgen, aangezien wij mensen oproepen tot de liefde en tot de bekering op alle terreinen van het leven. Op gelijke wijze heeft onze maatschappelijke betrokkenheid evangelistische gevolgen, naarmate wij getuigen van de transformerende genade van Jezus Christus.
Het mededogen van de christenen met de wereld
Wij herhalen de grote noodzaak dat de christenen zich bekleden met mededogen in de naam van Christus, te midden van armoede, ziekten, onrecht en alle vormen van menselijke ellende. Een kerk die empathie voelt voor de mensen en die de pijn van een ieder voelt en het mogelijke doet om te helpen, is een opmerkelijke kerk, want wij tonen daarmee dat onze prioriteit geen getallen of geldbedragen zijn, maar zielen die door Christus getransformeerd dienen te worden.
De transformatie van de menselijke gemeenschap
Wij verstaan de transformatie van de menselijke gemeenschap als de volledige omkering, in de totaliteit van het leven en van de aarde, van de gevolgen van de zonde. Het voornemen van God is dat al zijn kinderen volle dragers van zijn beeld zijn. Een zodanige taak begint in dit leven, maar zal pas voltooid worden wanneer Christus in heerlijkheid wederkomt aan het einde der tijden.
11
WET EN ETHIEK
De natuurwet
De wet van God is de uitdrukking van zijn liefde en openbaart zijn eisen van gerechtigheid aan het menselijk geslacht. Zij werd bij de schepping in het hart van de mensen geschreven, en ondanks de val in de zonde bezitten de mensen, door middel van het eigen geweten, nog een zekere kennis van haar eisen. In Eden heeft God zijn wil eveneens op verbale wijze aan de mensen geopenbaard in het gebod dat zij niet zouden eten van de boom der kennis van goed en kwaad.
De wet van Mozes
De mozaïsche wet bevatte ceremoniële elementen die de persoon en het werk van Christus en het leven van zijn kerk afbeeldden, welke nu volkomen vervuld zijn. De wet bevatte ook juridische elementen die het burgerlijke leven van Israël vormgaven. De morele elementen van de wet blijven het model verschaffen van een godvruchtig leven. De wet van God toont de zondaars hun zonde en wijst hun Christus aan als de enige Verlosser.
Christus als de vervulling van de wet
Christus heeft de eisen van de wet vervuld door tot een vloek te worden ten gunste van zijn uitverkoren volk. Zij die tot het geloof in Christus gebracht zijn, drukken hun liefde tot de Heere uit in de gehoorzaamheid aan zijn geboden, naar de bekwaammaking van de Heilige Geest.
Huwelijks- en seksuele ethiek
Het huwelijk als heteroseksuele monogamie werd door God ingesteld, waarbij de man en de vrouw hun eigen families verlaten en zich met elkaar verenigen in een verhouding voor het gehele leven. De seksuele verlangens dienen binnen deze vereniging bevredigd te worden, en de kinderen die daarin geboren worden, dienen verzorgd en gevoed te worden in de christelijke kennis en praktijk.
Wegens de menselijke zondigheid komen er afwijkingen van dit model voor. De Bijbel keurt de seksuele verhoudingen buiten de banden van het huwelijk af, alsook de verbintenissen tussen personen van hetzelfde geslacht. De ontbinding van het huwelijk door echtscheiding is toegestaan in geval van overspel, of indien de ongelovigen hun christelijke echtgenoten onherroepelijk verlaten; maar de verstoting en een daaropvolgende nieuwe verbintenis worden door de Heilige Schrift afgekeurd.
De man wordt in de Schrift beschreven als het 'hoofd' van de vrouw, evenals Christus het 'hoofd' van de man is en God het 'hoofd' van Christus. Het gezag in het gezin en in de kerk wordt betoond door hen lief te hebben zoals Christus de kerk heeft liefgehad.
Gezinsplanning
De gezinsplanning is aanvaardbaar. Echter, de anticonceptie door middelen zoals de inname van een pil na de bevruchting of door de abortus van de foetus is in werkelijkheid de vernietiging van een nieuw leven. Wat de echtparen betreft die moeilijkheden ondervinden om te ontvangen, is de in-vitrofertilisatie (IVF) een mogelijke optie, hoewel het gebruik van zaaddonoren of van draagmoeders dat niet is, want deze praktijken dringen binnen in de huwelijksrelatie. Experimenten met menselijke embryo's vormen vernietiging van menselijk leven. Hoewel het klonen van mensen technologisch mogelijk is, voegt noch het reproductieve, noch het therapeutische klonen zich naar het Bijbelse model waarin de seksualiteit en de voortplanting deel uitmaken van de verbondsrelatie van het huwelijk. Het leven en het vermogen om kinderen voort te brengen dienen gezien te worden als gaven van God, die soeverein geschonken worden.
De verlenging van het leven
Het menselijk lichaam is onderhevig aan verscheidene ziekten, en de moderne geneeskunde bezit het vermogen het bij te staan met de gepaste behandelingen, operaties en geneesmiddelen. De orgaantransplantaties zijn legitieme uitbreidingen van deze medische ingrepen om ziekten te genezen of het leven te verlengen.
De beëindiging van het leven
Evenals het scheppen van een nieuwe persoon een daad van God is, zo is Hij het ook die het einde van het leven van een persoon bepaalt. Zowel de oorsprong als het einde van het leven zijn onder zijn soevereine beheer.
In de context waarin wij ingebed zijn (Europa) hebben wij kennis van ernstige gevallen van depressie waarin sommige mensen, in een daad van wanhoop, de euthanasie opzoeken. Wij stellen ons tegen een zodanige praktijk, want er is geen stadium van depressie of benauwdheid waarin Christus niet kan ingrijpen.
Hoewel geneesmiddelen gebruikt kunnen worden om de pijn te verlichten, mogen zij niet gebruikt worden om een einde te maken aan het menselijk leven, noch om individueel genot te veroorzaken of buitenzintuiglijke toestanden teweeg te brengen. Hoewel de moderne technologie toelaat dat iemand kunstmatig in leven gehouden wordt, zelfs zonder hersenactiviteit, is het in dat geval afsluiten van zulke apparatuur niet noodzakelijkerwijs verkeerd — want het kunstmatig verlengen van het biologische bestaan staat niet gelijk aan het bewaren van het leven.
12
ESCHATOLOGIE
Het eeuwige plan van God
Vanaf het eigenlijke begin van de tijd was er een belofte van voltooiing aan het einde van de proeftijd van Adam, de rust van de Sabbat van God, en de belofte van eeuwig leven afkomstig van de boom des levens. Dit alles anticipeerde op het voornemen van God om datgene te vervolmaken wat Hij zeer goed gemaakt had. Paulus beschouwde de opstanding (of herschepping) van de laatste Adam als de vervulling van de schepping van de eerste Adam vóór de Val. De geschiedenis van de verlossing culmineerde in het leven en de dood van de Verlosser, in het verwerven van de zaligheid voor de naties en in de eschatologische herschepping van de hemel en de aarde. In de huidige tijd hebben zij die met Christus verenigd zijn, reeds de kracht van de komende wereld gevoeld door de Geest die in hen woont.
Onze eschatologische positie
De Aviva Church acht het meest in overeenstemming met de Schriften en met de patristiek het volgende: het Voortschrijdende Verbondisme (Aliancisme Progressivo), het Post-tribulationisme, het Amillennialisme en de uitlegging van de Openbaring op Cyclische wijze (niet chronologisch), zoals Victorinus van Pettau, een van de kerkvaders (3e eeuw), het uitlegde.
De samenvatting van de gehele eschatologie, ondanks verscheidene uitleggingen — al hebben wij de onze — is: Leef heden alsof Christus heden zou wederkomen.
Gedurende 18 à 19 eeuwen heeft de kerk in haar geheel (met inbegrip van de rechtstreekse discipelen van de apostelen, de kerkvaders en documenten zoals de Didachè, Justinus de Martelaar, Irenaeus van Lyon, Hippolytus van Rome, Efraïm de Syriër) — geen van dezen geloofde dat Jezus zou wederkomen vóór de grote verdrukking. Niemand heeft tot in de 18e eeuw een leer van twee of drie wederkomsten van Christus in fasen of etappen gepredikt.
De tussenstaat — na de dood
Onmiddellijk na de dood keren de zielen van de mensen terug tot God, terwijl hun lichamen vergaan (Pred. 12:7). Zij vervallen niet in een staat van slaap.
Behoudenen: De zielen van de behoudenen gaan een staat binnen van volmaakte heiligheid en vreugde in de tegenwoordigheid van God en regeren met Christus terwijl zij de opstanding verwachten (2 Kor. 5:8; Luk. 16:19-31; Openb. 6:9; Luk. 23:43). Zij hebben geen enkele macht om voor de levenden tussenbeide te treden, noch worden zij middelaars tussen hen en God (1 Tim. 2:5).
Verlorenen: De zielen van de verlorenen worden na de dood niet vernietigd, maar gaan een staat binnen van lijden en duisternis, weggeworpen uit de tegenwoordigheid van God, terwijl zij de dag van het oordeel verwachten. Na de dood kunnen noch de zielen van de behoudenen, noch die van de verlorenen terugkeren naar het land der levenden. Alle ervaringen die toegeschreven worden aan de werking van ontlichaamde zielen, dienen toegerekend te worden hetzij aan de menselijke verbeelding, hetzij aan de werking van demonen.
De wederkomst van Christus
De opstanding van Christus, gevolgd door de zending van de Heilige Geest, luidde een nieuwe era in — de 'laatste dagen'. Op zekere dag zal Christus tot deze wereld wederkomen op zichtbare wijze, in het heerlijke lichaam van zijn opstanding, zodat de gehele wereld Hem zal zien. Hij zal komen in kracht, met de heiligen en zijn engelen, om zaligheid te brengen aan de zijnen en alle goddelozen te oordelen.
De opstanding der doden
De doden die Christus toebehoren, zullen door zijn kracht opgewekt worden, met een lichaam gelijk aan het zijne en geschikt voor de eeuwige staat van gemeenschap met God en altoosdurende vreugde. Wat de verlorenen betreft, ook zij zullen opgewekt worden, maar tot het oordeel en de eeuwige straf.
Het laatste oordeel
Christus zal tot deze wereld wederkeren als haar rechter. Hij zal de levenden en de doden oordelen en geen enkel begunstiging noch partijdigheid betonen. De uitverkorenen zullen gerechtvaardigd verklaard worden vanwege de dood en de opstanding van Christus te hunnen gunste. De goddelozen zullen rechtvaardiglijk veroordeeld worden vanwege hun zonden en weggeworpen worden uit zijn tegenwoordigheid, tezamen met Satan en de demonen.
Het millennium
Het tussenliggende tijdperk tussen de verhoging van Christus en zijn wederkomst — de huidige tijd waarin het evangelie en zijn zegeningen aan de naties bekendgemaakt worden — is door de meerderheid van de kerken erkend als het millennium waarnaar in de Schriften verwezen wordt. Satan kan de voortgang van de kerk en de prediking van het evangelie niet tegenhouden. Christus regeert reeds; er is geen toekomstig pre-koninkrijk dat nog komen moet.
De nieuwe schepping
Na de wederkomst van Christus zal God het fysieke universum herscheppen, en zijn opgestane volk, bekleed met onsterfelijkheid en volmaaktheid, zal voor altijd onder het bestuur van Christus leven in deze nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Ootmoed in de eschatologische vraagstukken
De christenen stemmen overeen aangaande de voornaamste gebeurtenissen die de laatste dingen vormen, maar niet altijd aangaande hun volgorde en aard. De eschatologische vraagstukken dienen met ootmoed besproken te worden, indachtig het feit dat het meestal pas was nadat de profetieën vervuld waren dat het volk van God ze ten volle verstond. De Aviva Church handhaaft haar standpunten met Bijbelse en historische overtuiging, maar erkent dat er ruimte is voor respectvolle dialoog tussen broeders die de Schriften liefhebben.
13
THEOLOGISCHE EN SYSTEMATISCHE LEERSTELLINGEN
Dit hoofdstuk is exclusief voor de Aviva Church en heeft geen equivalent in de Verklaring van Maryland. Het brengt het theologische standpunt van de kerk in kaart in drie categorieën: leerstellingen die als eigen overtuiging aangenomen worden, leerstellingen die met dialoog aanvaard worden, en leerstellingen die verworpen worden wegens onverenigbaarheid met de Schriften.
Door de Kerk aangenomen positie
De Aviva Church volgt, op grond van Bijbels begrip, dat de leerstellingen waarin de wereldbeschouwing van de kerk ingebed is, de volgende zijn: de Leerstellingen der Genade (TULIP), het Voortschrijdende Verbondisme, het Amillennialisme en het Post-tribulationisme.
a) Leerstellingen der Genade — TULIP
T — Totale Verdorvenheid: De mens is, na de val, volkomen onbekwaam om God uit zichzelf te zoeken. Het gaat er niet om dat hij zo slecht mogelijk is, maar dat ieder menselijk vermogen (verstand, wil, emoties) door de zonde besmet is. De zaligheid dient geheel en al van God uit te gaan.
U — Onvoorwaardelijke Verkiezing: God heeft zijn volk uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, niet op grond van enige verdienste of voorzien geloof in de uitverkorene, maar uitsluitend door zijn soevereine genade en vrije wil (Ef. 1:4-5; Rom. 9:11).
L — Beperkte Verzoening (Particuliere / Bepaalde): Christus is op bijzondere en gewaarborgde wijze gestorven voor de uitverkorenen — degenen die de Vader Hem gegeven heeft. Dit vermindert niet de oneindige waarde van het offer van Christus, maar bevestigt de doeltreffendheid en het bepaalde doel van zijn dood (Joh. 10:11,15; 17:9).
I — Onweerstaanbare Genade: Wanneer God besluit een persoon weder te baren, is zijn genade doeltreffend — de uitverkorene weerstaat de roeping van God niet definitief. De Geest verandert het hart en doet de uitverkorene tot Christus willen komen (Joh. 6:37,44; Fil. 1:29).
P — Volharding der Heiligen: De waarlijk behoudenen zullen tot het einde toe in het geloof volharden. Niet omdat zij sterk zijn, maar omdat God hen bewaart. Geen enkele uitverkorene zal verloren gaan (Joh. 10:28-29; Rom. 8:38-39).
b) Voortschrijdend Verbondisme
Hermeneutische grondslag voor de uitlegging van de Schriften die de Bijbel leest als een voortschrijdend en eengemaakt verhaal van verbond. Het verstaat dat het Oude Testament door het Nieuwe Testament vervuld en geherinterpreteerd wordt — niet eenvoudigweg herhaald. Israël en de Kerk delen in één enig verlossend verbond, dat voortschrijdend geopenbaard wordt. De profetieën van het OT vinden hun definitieve vervulling in Christus en in de Kerk, niet in een toekomstig etnisch Israël.
c) Amillennialisme
Leerstelling die verstaat dat het millennium waarnaar in Openbaring 20 verwezen wordt, geen letterlijke periode van 1.000 jaar in de toekomst is, maar het geestelijke koninkrijk van Christus beschrijft dat met zijn hemelvaart begonnen is en voortduurt tot zijn wederkomst. Christus regeert reeds nu, en de heiligen die gestorven zijn regeren reeds met Hem in de tussenstaat. Het 'millennium' vertegenwoordigt de gehele periode van de Kerk — de huidige era.
d) Post-tribulationisme
Leerstelling die leert dat de Kerk van Christus door de grote verdrukking zal gaan. De wederkomst van Christus is een enkele gebeurtenis — er is geen voorafgaande geheime opname. Christus komt één keer terug, op zichtbare en heerlijke wijze, na de verdrukking (Matt. 24:29-31; 2 Thess. 2:1-4). Dit is de positie van de vroegste kerkvaders en zij werd tot in de 19e eeuw niet betwist.
Met dialoog aanvaarde leerstellingen
De Aviva Church verstaat dat er andere leerstellingen bestaan die, hoewel verschillend van onze overtuigingen, de essentiële Bijbelse waarden aangaande het geloof, de kerk en God niet aantasten. Er is ruimte voor gemeenschap met broeders die het volgende belijden:
Arminiaanse Leer — FACTS: Het Arminianisme bevestigt, in zijn klassieke en evangelische vorm, dat God hen heeft uitverkoren van wie Hij voorzag dat zij zouden geloven (Voorwaardelijke Verkiezing), dat Christus voor alle mensen zonder uitzondering gestorven is (Universele Verzoening), dat de Heilige Geest alle zondaars roept maar weerstaan kan worden (Weerstaanbare Genade), en dat de behoudenen in beginsel de zaligheid kunnen verliezen (Voorwaardelijke Zekerheid). Het acroniem FACTS (Foregone, Atonement, Calling, Total depravity, Security) vertegenwoordigt de geherformuleerde versie ervan. Wij geloven dat onze evangelische arminiaanse broeders Christus en de Schriften liefhebben, zelfs al verschillen zij van onze soevereine conclusies.
Pre-tribulationisme: Leerstelling die leert dat Christus heimelijk zal wederkomen om de Kerk op te nemen vóór de grote verdrukking, en haar daarmee bewaart voor de periode van het oordeel. Gepopulariseerd door John Nelson Darby in de 19e eeuw. Hoewel wij geen solide historische of exegetische grondslag voor deze positie vinden, erkennen wij broeders die haar te goeder trouw belijden met liefde tot de Schriften.
Historisch Premillennialisme: Positie die gelooft in een wederkomst van Christus na de grote verdrukking, gevolgd door een letterlijk koninkrijk van 1.000 jaar op aarde vóór het laatste oordeel. Het verschilt van het Dispensationalisme — het verdeelt Israël en de Kerk niet op radicale wijze. Kerkvaders zoals Irenaeus van Lyon hebben vormen van deze visie verdedigd. Op dit punt is dialoog mogelijk.
Klassiek Verbondisme: Hermeneutische benadering die één enig verbond der genade vanaf Eden ziet, waarbij Israël het volk van het Oude Testament is en de Kerk dat van het Nieuwe, zonder noodzakelijkerwijs de structurele continuïteit te bevestigen die het Voortschrijdende Verbondisme voorstelt. Het is de historische positie van het Presbyterianisme en het Gereformeerde Presbyterianisme.
Voortschrijdend of Herzien Dispensationalisme: Gematigde vorm van het klassieke Dispensationalisme die Israël en de Kerk dichter bij elkaar brengt dan de traditionele versie (Scofield/Chafer), en een reeds aanwezige geestelijke vervulling van de beloften aan Israël in Christus erkent. Hoewel het nog een onderscheid handhaaft, is de dialoog met deze positie haalbaarder dan met het klassieke Dispensationalisme.
Verworpen leerstellingen
De Aviva Church ondersteunt niet, onderwijst niet en aanvaardt geen leerstellingen die de Bijbelse grondslagen van ons geloof aantasten of die tot regel hebben datgene wat het evangelie leert te verdraaien. Ieder die zich aan deze ideologieën verbindt, wordt uitgenodigd ze te laten varen en zich te bekeren tot de volle waarheid van Christus. De volgende leerstellingen zijn opgesomd met een verklaring van wat zij onderwijzen, opdat zij herkend en vermeden kunnen worden:
1. Welvaartstheologie: Leert dat het christelijke geloof noodzakelijkerwijs lichamelijke gezondheid, financiële rijkdom en materieel succes dient voort te brengen. Zinsneden als 'ik verklaar en decreteer', 'belijden is bezitten' en 'gij zijt vervloekt omdat gij geen tienden meer geeft' zijn kenmerken van deze theologie. Zij verdraait het evangelie door God te reduceren tot een dienaar van de menselijke ambities en verandert het geloof in een magische formule. De materiële welvaart kan een zegen van God zijn, maar zij is nimmer gewaarborgd als een recht van de gelovige, en het lijden is een legitiem en vormend deel van het christelijke leven (Fil. 4:11-12; 2 Kor. 11:23-27).
2. Theologisch Liberalisme: Beweging die in de 19e eeuw ontstond en die ernaar streeft het christendom aan te passen aan de categorieën van het moderne wetenschappelijke en filosofische denken. Typisch ontkent of herinterpreteert zij bovennatuurlijke gebeurtenissen zoals de maagdelijkheid van Maria, de lichamelijke opstanding van Christus en de Bijbelse wonderen. Zij behandelt de Bijbel als een menselijk document dat onderhevig is aan dwalingen en tegenstrijdigheden. Het resultaat is een 'christendom' zonder de historische Christus, zonder werkelijke zonde en zonder objectieve verlossing — een godsdienst die ontledigd is van haar wezen.
3. Postmillennialisme: Leerstelling die leert dat de Kerk, door middel van de prediking van het evangelie en de sociale actie, de wereld geleidelijk zal transformeren tot een staat van vrede en gerechtigheid, waarna Christus zal wederkomen. Met andere woorden, het millennium gaat vooraf aan de wederkomst van Christus en wordt opgebouwd door de inspanningen van de Kerk. Deze visie verwart het Koninkrijk van God met de historische vooruitgang en gaat voorbij aan de duidelijke waarschuwingen van Christus aangaande de verdrukking en de afval die aan zijn wederkomst voorafgaan (Matt. 24:12,21; 2 Thess. 2:3).
4. Preterisme: Leerstelling die leert dat de voornaamste Bijbelse profetieën — met inbegrip van die van de Openbaring, Mattheüs 24 en 2 Thessalonicenzen 2 — reeds volledig vervuld zijn in het jaar 70 n.Chr., bij de verwoesting van Jeruzalem. Het Volledige Preterisme ontkent een toekomstige letterlijke wederkomst van Christus. Het Gedeeltelijke Preterisme erkent een toekomstige wederkomst, maar ontledigt het grootste deel van de eschatologische profetie. Deze positie veronachtzaamt aanzienlijke delen van de Bijbelse canon en ontkent de letterlijke hoop op de wederkomst van Christus.
5. Arianisme en Macedonianisme: Het Arianisme, veroordeeld op het Concilie van Nicea (325 n.Chr.), leert dat de Zoon van God een schepsel is — het meest verheven wezen dat door God geschapen is, maar niet eeuwig noch wezenseen met de Vader. De ariaanse leuze was 'er was een tijd dat Hij niet was'. Deze ketterij is heden ten dage aanwezig in de Jehova's Getuigen en in sommige oneness-stromingen. Het Macedonianisme (4e eeuw) ontkende de goddelijkheid van de Heilige Geest en behandelde Hem als een kracht of schepsel. Beide ketterijen vernietigen de leer van de Drie-eenheid en daarmee de gehele theologie van de verlossing.
6. Novatianisme: Beweging van de 3e eeuw onder leiding van Novatianus in Rome die een extreem moreel rigorisme leerde: christenen die onder vervolging afvallig zouden worden of het geloof zouden verloochenen, zouden nimmer hersteld kunnen worden in de gemeenschap van de Kerk. Deze positie ontkent de toereikendheid van de bekering en van de herstellende genade van God, schept een elitaire ecclesiologie en is in strijd met de gelijkenis van de verloren zoon en met het eigen voorbeeld van Petrus die na zijn verloochening door Christus hersteld werd.
7. Manicheïsme: Religieuze filosofie van de 3e eeuw, gesticht door Mani, die een radicaal kosmisch dualisme voorstond: het goede (licht, geest) en het kwade (duisternis, materie) zouden eeuwige en gelijke krachten zijn die met elkaar in strijd zijn. In deze visie strijden God en Satan op voet van gelijkheid, zijn de materie en het fysieke lichaam wezenlijk slecht, en zou de zaligheid bestaan in het bevrijden van de geest uit de lichamelijke gevangenis. Deze visie is onverenigbaar met de goede schepping van God, met de menswording van Christus en met de lichamelijke opstanding.
8. Docetisme: Een van de oudste ketterijen, het Docetisme (van het Griekse dokein, 'schijnen') leert dat Jezus Christus geen werkelijk fysiek lichaam had — Hij scheen slechts menselijk te zijn. Zijn menswording, lijden en dood zouden schijn zijn, geen lichamelijke werkelijkheid. Deze ketterij, bestreden door Johannes (1 Joh. 4:2; 2 Joh. 7) en door de apostolische vaders, vernietigt het fundament van de verzoening: Christus moest een werkelijk menselijk lichaam hebben om in de plaats van de zondaars te sterven.
9. Pelagianisme: Onderwijs van Pelagius (4e-5e eeuw) dat de erfzonde als een erfelijk overgedragen toestand ontkende en beweerde dat de mens een volledige en ongeschonden vrije wil bezit om het goede te kiezen en de zaligheid door zijn eigen inspanningen te bereiken. De genade van God zou slechts een uitwendige hulp zijn — niet noodzakelijk, maar nuttig. Augustinus bestreed dit onderwijs krachtig. Het Pelagianisme maakt het kruis overbodig en verheerlijkt de menselijke wil ten koste van de goddelijke genade.
10. Semi-Pelagianisme: Tussenpositie tussen Pelagius en Augustinus die leert dat de mens, uit eigen initiatief, begint zich in de richting van God te bewegen, en God dan meewerkt door het werk te voltooien. Met andere woorden, de menselijke wil zet de eerste stap en de goddelijke genade werkt mee. Hoewel subtieler dan het zuivere Pelagianisme, legt deze positie de aanvankelijke verdienste van de zaligheid nog steeds bij de mens, en ontkent zij de totale verdorvenheid en de onweerstaanbare genade.
11. Gnosticisme: Religieus stelsel van de 1e-2e eeuw dat christelijke, joodse en Griekse elementen combineerde met filosofische speculaties. De gnostici leerden dat de ware God volkomen transcendent en ver verwijderd is, dat de materiële wereld geschapen werd door een lagere god (de Demiurg, dikwijls vereenzelvigd met de God van het OT), en dat de zaligheid plaatsvindt door de gnosis — geheime en geestelijke kennis die de ingewijde boven de overigen verheft. Het moderne Gnosticisme herrijst in bewegingen van 'geestelijk ontwaken', christelijk esoterisme en in het onderwijs dat de mens 'God kan worden' door de innerlijke kennis.
Kerkelijke Raad van de Aviva Church · Versie 2.0 · 2024
Geloofsbelijdenis gebaseerd op de Geloofsverklaring van de Wereldwijde Gereformeerde Broederschap (Maryland, VS, 2011) met eigen uitbreidingen van de leerstellige identiteit van de Aviva Church.